ECLI:NL:CRVB:2020:748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstandsuitkering
Appellante ontving sinds 2013 bijstand en stond ingeschreven op het uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de Sociale Recherche Maastricht een onderzoek vanwege vermoedens dat appellante niet op het uitkeringsadres verbleef maar bij X woonde. Onderzoek bestond uit dossieronderzoek, waterverbruiksgegevens, onaangekondigde huisbezoeken en buurtonderzoek. Het college besloot de bijstand in te trekken en een boete op te leggen wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond en oordeelde dat het college voldoende bewijs had geleverd dat appellante niet haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. De verklaring van X en het lage waterverbruik ondersteunden dit. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verklaring van X niet als bewijs mocht dienen omdat geen cautie was gegeven en dat de conclusies onvoldoende waren onderbouwd.
De Raad oordeelde dat de gronden van appellante herhaling waren van eerdere bezwaren en dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld. Omdat de boete terecht was opgelegd en evenredig was aan de ernst van de overtreding, werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €1.190,- wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.