ECLI:NL:CRVB:2020:755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering na medische beoordeling
Appellante was groepsleerkracht en meldde zich ziek vanwege stem- en luchtwegklachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij 59,66% arbeidsongeschikt is en kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij niet kan werken in functies met luchtbehandeling en prikkelende stoffen, wat volgens haar niet juist is meegenomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat er geen objectieve medische informatie was die de beperkingen van appellante zwaarder maakte dan vastgesteld. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan. De Raad volgde de rechtbank en het UWV in hun oordeel dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de geduide functies medisch geschikt zijn.
De Raad overwoog dat het CBBS-systeem geen signalering gaf op relevante punten en dat de arbeidsdeskundige toelichtte dat de functies geen kenmerkende belasting van prikkelende stoffen bevatten. De aanwezigheid van klimaatbeheersings- of luchtafvoersystemen impliceert niet automatisch ongeschiktheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering van 59,66% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.