ECLI:NL:CRVB:2020:77
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen beperkingen voor WIA-uitkering afgewezen wegens gebrek aan objectieve medische onderbouwing
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om haar een WIA-uitkering toe te kennen vanaf 30 mei 2012, omdat volgens haar de beperkingen door onder meer endometriose, fibromyalgie en andere klachten zijn toegenomen sinds de eerdere beoordeling in 2012.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en gaf de verzekeringsarts bezwaar en beroep opdracht dit nader toe te lichten. Deze arts heeft daarna uitgebreid gerapporteerd dat er geen objectief vast te stellen toename van beperkingen is en dat de klachten niet worden ondersteund door objectiveerbare medische afwijkingen.
De Centrale Raad van Beroep volgt deze beoordeling en stelt vast dat de medische stukken geen aanwijzingen bevatten voor een toename van beperkingen die leidt tot recht op een WIA-uitkering. Subjectieve klachtenbeleving is onvoldoende om de uitkeringsweigering te doorbreken. Ook is geen reden om een onafhankelijke deskundige te raadplegen.
Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen en wijst het hoger beroep af.