ECLI:NL:CRVB:2020:785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onterecht uitgekeerd AKW+ bedrag wegens ontbreken recht op dubbele kinderbijslag in 2016
Appellant ontving dubbele kinderbijslag voor zijn thuiswonende zoon met intensieve zorgbehoefte, gebaseerd op een CIZ-indicatie geldig tot eind 2015. Voor 2016 ontbrak echter een geldig CIZ-advies en was het recht op dubbele kinderbijslag slechts toegekend vanaf het eerste kwartaal van 2017. Hierdoor had appellant geen recht op het AKW+ bedrag over 2016, dat alleen wordt toegekend indien dubbele kinderbijslag over het gehele kalenderjaar is ontvangen.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) betaalde appellant een voorschot van € 2.005,99 uit voor het AKW+ bedrag over 2016, maar vorderde dit bedrag later terug omdat niet aan de voorwaarden was voldaan. Appellant maakte bezwaar, stellende dat hij onwetend was van de noodzaak tot tijdige aanvraag en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het recht op dubbele kinderbijslag niet eerder dan het eerste kwartaal van 2017 is ingegaan, waardoor geen recht op AKW+ voor 2016 bestond. Terugvordering is verplicht op grond van artikel 24 AKW Pro, tenzij dringende redenen aanwezig zijn, wat hier niet het geval is. De Raad wijst erop dat appellant binnen drie weken na de onterechte uitbetaling is geïnformeerd en dat een betalingsregeling mogelijk is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam gehandhaafd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van het ten onrechte uitgekeerde AKW+ voorschot over 2016 wordt bevestigd.