ECLI:NL:CRVB:2020:798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over arbeidsvermogen Wajong-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, geboren in 1986, ontving sinds 2007 een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2016 stelde het UWV vast dat zij arbeidsvermogen heeft volgens de Wajong 2015, waardoor haar uitkering per 2018 wordt verlaagd. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd en door de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met haar medische situatie, waaronder diagnoses fibromyalgie en hypothyreoïdie, en dat zij niet aaneengesloten een uur kan werken of vier uur per dag belastbaar is. Zij bracht nieuwe medische informatie en een advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS in.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de nieuwe informatie geen aanleiding geeft het eerdere oordeel te wijzigen. De Raad volgt het oordeel dat appellante weliswaar beperkingen heeft, maar voldoende belastbaar is om arbeid te verrichten conform de wettelijke criteria. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot verlaging van de Wajong-uitkering bevestigd.