ECLI:NL:CRVB:2020:802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-herbeoordeling arbeidsongeschiktheid op 36,72%
Appellante, voormalig productiemedewerker, is sinds 2005 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten. Na eerdere vaststelling van 43,58% arbeidsongeschiktheid in 2013, heeft het UWV in 2017 een herbeoordeling uitgevoerd op verzoek van de werkgever, waarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 36,72% per 1 juli 2017.
Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling, onder meer vanwege een vermeende achteruitgang van haar psychische gezondheid die leidde tot een suïcidepoging en opname in een GGZ-instelling. Zij overhandigde medische informatie van haar behandelaars, waaronder een psychiater, als bewijs.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen nieuwe objectieve medische informatie was die aanleiding gaf tot twijfel aan het vastgestelde percentage. De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beoordeling en bevestigde dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd, dat het opleidingsniveau 2 terecht werd gehanteerd en dat de functies passend waren.
Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor het toekennen van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 maart 2020.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 36,72% arbeidsongeschiktheid per 1 juli 2017.