ECLI:NL:CRVB:2020:809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaars beoordeling wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, die na een eerstejaars beoordeling werd beëindigd omdat hij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met geschikte functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische informatie en functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist waren beoordeeld en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor verdere beperkingen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en overhandigde nieuwe medische rapporten. De Raad concludeerde echter dat deze informatie geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling van zijn belastbaarheid op de datum van het besluit. De Raad onderschreef de motivering van het UWV en de rechtbank en bevestigde de beëindiging van de uitkering.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Wijna met griffier E.M. Welling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.