ECLI:NL:CRVB:2020:81
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig werkgever van een ex-werkneemster die uitviel door een neurologische aandoening, vordert toekenning van een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid vanaf 11 augustus 2014. Het UWV kende aanvankelijk een WGA-uitkering toe en verklaarde bezwaar ongegrond omdat geen sprake was van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had onderzocht, maar dat na het inwinnen van aanvullende informatie bij de behandelend neurochirurg bleek dat verbetering van de belastbaarheid nog mogelijk was, waardoor geen IVA-uitkering kon worden toegekend. Appellante stelt in hoger beroep dat de ex-werkneemster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat het UWV een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) had moeten opstellen.
De Raad stelt vast dat de medische behandeling gericht was op verbetering van cognitieve stoornissen en dat er een redelijke verwachting op verbetering van de belastbaarheid bestaat. Het UWV heeft het beoordelingskader correct toegepast en de situatie van de ex-werkneemster rechtvaardigt het niet opstellen van een FML aan het einde van de wachttijd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de IVA-uitkering bevestigd.