ECLI:NL:CRVB:2020:810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld en geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante was werkzaam als verzorgende IG en meldde zich ziek na een valpartij met diverse klachten. Het UWV heeft haar recht op ziekengeld voortgezet tot 1 september 2016. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek in 2017 werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen, waardoor het recht op ziekengeld en WIA-uitkering werd beëindigd.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat zij ernstiger beperkt was dan vastgesteld, met klachten zoals osteoporose, artrose, en pijnklachten in diverse gewrichten. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat. De arbeidsdeskundigen achtten de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Raad concludeerde dat de medische stukken onvoldoende objectief bewijs boden voor zwaardere beperkingen op de relevante data. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld en WIA-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van ziekengeld en WIA-uitkering bevestigd.