ECLI:NL:CRVB:2020:829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel ontvangen bijstand ondanks beroep op dringende redenen en zesmaandenjurisprudentie
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en daarnaast Duits kindergeld, dat hoger was dan de Nederlandse kinderbijslag. Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade vorderde daarom een bedrag van €1.965,40 terug over de periode van 1 augustus 2014 tot en met 30 april 2016, omdat appellante te veel bijstand had ontvangen. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat er dringende redenen waren om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, en dat de zesmaandenjurisprudentie toegepast moest worden om de terugvordering te matigen. De Raad oordeelde dat dringende redenen alleen kunnen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen, wat in deze zaak niet het geval was. Ook bleek uit het dossier dat het college adequaat had gereageerd op het signaal van appellante over de te veel ontvangen bijstand, onder meer door tijdig de toeslag stop te zetten en haar te informeren over de terugvordering.
De Raad bevestigde dat het college binnen de vereiste termijn van zes maanden actie heeft ondernomen en dat de zesmaandenjurisprudentie daarom niet tot matiging leidt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De terugvordering van te veel ontvangen bijstand wordt bevestigd zonder matiging of afzien wegens dringende redenen.