ECLI:NL:CRVB:2020:883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag algemene bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid financiële en woonsituatie
Appellant heeft op 3 augustus 2016 bijstand aangevraagd, maar het college wees deze af omdat appellant niet voldeed aan de inlichtingenplicht omtrent zijn woonsituatie en financiële situatie. Ondanks herhaalde verzoeken verstrekte appellant niet de gevraagde gegevens, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Na een tweede en derde aanvraag, waarbij appellant deels informatie gaf, verleende het college uiteindelijk bijstand met ingang van 18 maart 2017, maar niet met terugwerkende kracht. Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en stelde dat hij ook vanaf 3 augustus 2016 recht had op bijstand.
De rechtbank wees de beroepen af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over zijn financiële en woonsituatie in de relevante periode en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag algemene bijstand wordt bevestigd.