Appellant was aangemeld als wanbetaler bij zijn zorgverzekeraar en werd daarom een bestuursrechtelijke premie opgelegd door het CAK. Later bleek deze aanmelding onterecht, waarna het CAK de premie terugbetaalde. Appellant vorderde daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het CAK de incassokosten alsnog moest vergoeden. De Raad oordeelde dat het verzoek van appellant moest worden beschouwd als een verzoek om terug te komen op een rechtens onaantastbare eindafrekening.
De Raad constateerde dat het bedrag van €305,06 tijdig was terugbetaald en dat er daarom geen reden was om incassokosten toe te kennen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.