Uitspraak
18.1972 ZW
OVERWEGINGEN
De overwegingen in 4.2 tot en met 4.3 leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als procesoperator, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering per 28 februari 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant de geselecteerde functies medisch gezien kon verrichten. Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, waaronder dat zijn psychische beperkingen waren onderschat en vroeg om een onafhankelijke psychiater.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd, dat de beperkingen bij de huidige beoordeling terecht minder waren vastgesteld en dat de medische informatie van behandelaars na de datum in geding geen aanleiding gaf tot twijfel. Inschakeling van een deskundige was niet nodig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens voldoende belastbaarheid.