ECLI:NL:CRVB:2020:944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag traplift wegens voorzienbare hulpvraag na verhuizing naar ongeschikte woning
Appellant, bekend met de ziekte van Bechterew, verhuisde in juli 2016 naar een woning met een trap. Op 26 juni 2017 vroeg hij een traplift aan op grond van de Wmo 2015, maar het college wees dit af omdat appellant zijn hulpvraag redelijkerwijs had kunnen voorzien en voorkomen door een geschikte woning te kiezen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat er geen geschikte woningen beschikbaar waren en hij had kunnen voorzien dat een woning met trap ongeschikt was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij moest verhuizen vanwege sloop van zijn oude woning en dat er geen geschikte woningen beschikbaar waren. De Raad oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en dat het college terecht geen hardheidsclausule toepaste.
De Raad concludeerde dat het college zich op het standpunt kon stellen dat de hulpvraag voorzienbaar en voorkombaar was en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de trapliftaanvraag wordt bevestigd.