ECLI:NL:CRVB:2021:3070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woningaanpassing wegens beschikbaarheid geschikte woningen
Appellanten hadden een aanvraag ingediend voor een woningaanpassing in de vorm van een aanbouw, welke door het college van burgemeester en wethouders van Helmond werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellanten gingen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of er ten tijde van de aankoop van de woning geschikte(re) woningen beschikbaar waren. Volgens vaste rechtspraak rust op de aanvrager de bewijslast om dit aannemelijk te maken. Appellanten slaagden hier niet in; zij konden slechts aantonen dat een makelaar geen passende woningen vond, wat niet uitsluit dat geschikte woningen beschikbaar waren.
Het college had het standpunt dat betrokkene haar hulpvraag had kunnen voorkomen door een geschikte woning te kopen en dat zij tijdig contact had kunnen opnemen om te bemiddelen. Het betoog dat het college eerst de aankoop wilde afwachten werd niet onderbouwd. De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Helmond 2015 had afgewezen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor een woningaanpassing werd terecht afgewezen omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat er geen geschikte woningen beschikbaar waren.