Uitspraak
19 795 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Op dat moment ontving zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het Uwv heeft appellante in aanmerking gebracht voor ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW).
Centrale Raad van Beroep
Appellante was tot 2013 werkzaam als ouderenconsulent en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij voldoende verdiencapaciteit had. In 2016 meldde zij zich opnieuw ziek met toegenomen psychische klachten, maar het UWV oordeelde op basis van medisch onderzoek dat zij geschikt was voor bepaalde functies en stelde het recht op ziekengeld opnieuw vast.
Appellante verzocht in 2017 met terugwerkende kracht terug te komen op dit besluit wegens vermeende verslechtering van haar psychische toestand. Het UWV handhaafde het besluit na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie is meegewogen. Er is geen sprake van nieuwe feiten of toegenomen beperkingen die een herziening van het besluit rechtvaardigen. Het verzoek om een deskundige in te schakelen wordt afgewezen omdat appellante onvoldoende twijfel heeft gezaaid over het medisch oordeel.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot vergoeding van schade wordt eveneens afgewezen. De uitspraak bevestigt het eerdere besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 14 juni 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.