ECLI:NL:CRVB:2020:996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag dubbele kinderbijslag wegens onvoldoende intensieve zorg
Appellante heeft namens haar zoon, bij wie PDD-NOS is vastgesteld, een aanvraag voor dubbele kinderbijslag ingediend. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat volgens het advies van het CIZ en het gehanteerde Beoordelingskader Buk (BUK) de zorgscore onvoldoende was om in aanmerking te komen voor dubbele kinderbijslag.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de zorgscore onjuist was vastgesteld, onder meer op basis van een gemeentelijk besluit tot jeugdhulp, een psychologisch rapport en een brief van een GZ-psycholoog.
De medisch adviseur van het CIZ beoordeelde deze aanvullende stukken en verhoogde de zorgscore op één item, maar handhaafde het oordeel dat er geen intensieve zorg nodig was zoals bedoeld in het Besluit uitvoering kinderbijslag. De Raad oordeelde dat het Beoordelingskader als vaste gedragslijn kan worden gehanteerd en dat onvoldoende aanknopingspunten bestaan om het oordeel van de Svb en het CIZ te wijzigen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de afwijzing van de aanvraag bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag is terecht afgewezen wegens onvoldoende intensieve zorgbehoefte.