ECLI:NL:CRVB:2021:1008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onvoldoende procesbelang bij re-integratietraject
Appellant, die sinds 2012 bijstand ontvangt, werd aangemeld voor een re-integratietraject bij De Werkplaats en tekende een deelnemersovereenkomst met diverse verplichtingen. Na afronding van het traject en het niet opleggen van verdere maatregelen, stelde appellant beroep in tegen het besluit dat het bezwaar tegen de aanmelding en de overeenkomst ongegrond verklaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens onvoldoende procesbelang, omdat appellant het traject had afgerond en inmiddels aan het werk was. In hoger beroep betoogde appellant dat hij toch belang had bij een inhoudelijk oordeel, uit vrees voor hernieuwde oplegging van hetzelfde traject.
De Raad oordeelt dat deze vrees onvoldoende procesbelang oplevert, mede omdat het college heeft verklaard dat nog niet vaststaat dat appellant opnieuw verplicht wordt deel te nemen en de voorwaarden van het traject inmiddels zijn gewijzigd. Daarom bevestigt de Raad de niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.