ECLI:NL:CRVB:2021:1034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.J.A.M. van Brussel
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet tijdige arbeidsongeschiktheidsdatum
Appellante, voormalig verpleegkundige, meldde zich ziek op 15 mei 2014 en beëindigde haar dienstverband op 1 september 2014. Het UWV stelde na medisch onderzoek de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 31 maart 2015 en weigerde een WIA-uitkering omdat zij toen niet verzekerd was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat zij een extra adstructieplicht had om de exacte ingangsdatum van haar arbeidsongeschiktheid aan te tonen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij reeds vóór 31 maart 2015 arbeidsongeschikt was, onder meer op basis van medische verklaringen van haar neuroloog en bedrijfsarts. De Raad oordeelde echter dat deze informatie onvoldoende aanknopingspunten biedt om af te wijken van de vastgestelde datum. Het UWV had een zorgvuldig medisch onderzoek verricht en de rechtbank had dit oordeel terecht onderschreven.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd verworpen, waarmee het besluit tot weigering van de WIA-uitkering definitief bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.