ECLI:NL:CRVB:2021:105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde geldtransfers en aankoop tractor
De zaak betreft het hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam inzake intrekking en terugvordering van bijstand aan appellanten vanwege niet-gemelde geldtransfers en de aankoop van een tractor. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde dat appellant in 2015 een tractor kocht en geld overmaakte naar Guatemala en Duitsland, zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de onderzoeksgegevens van de Financial Intelligence Unit en het proces-verbaal van de politie een voldoende feitelijke grondslag bieden om aan te nemen dat appellant deze transacties heeft verricht. Ook al voerde appellant aan dat hij deze activiteiten onbetaald voor vrienden of familie verrichtte, zijn dit op geld waardeerbare activiteiten die van belang zijn voor de rechtmatigheid van de bijstand.
De Raad bevestigde dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden door deze transacties niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De opgelegde boete van €142,50 werd als zeer licht beschouwd gezien het benadelingsbedrag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en handhaaft de boete van €142,50 wegens niet-gemelde geldtransfers en aankoop van een tractor.