ECLI:NL:CRVB:2021:1082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verblijfskosten in zorghotel en hotels wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellant heeft na een hartoperatie in het St. Antonius Ziekenhuis verbleven in een zorghotel en daarna in een hostel en enkele andere hotels, omdat hij geen indicatie kreeg voor eerstelijnsverblijf en geen geschikte woonruimte had. Hij vroeg bijzondere bijstand aan voor de verblijfskosten, die door het college werden afgewezen omdat deze kosten niet noodzakelijk zijn in de zin van artikel 15 van Pro de Participatiewet (PW) en er geen sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 PW Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Appellant stelde dat hij geen andere keuze had dan verblijf in deze voorzieningen vanwege zijn dakloosheid en zorgbehoefte. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een acute noodsituatie die op geen andere wijze te verhelpen was. Uit de verklaring van de medisch maatschappelijk werker bleek dat appellant niet de afgesproken stappen had ondernomen om alternatieven te zoeken.
De Raad bevestigde dat artikel 15 PW Pro in beginsel aan toekenning van bijzondere bijstand in de weg staat en dat zeer dringende redenen alleen bestaan bij een acute noodsituatie van levensbedreigende aard of blijvend ernstig letsel. Omdat appellant niet had aangetoond dat hij geen andere oplossing had dan verblijf in een zorghotel en hotels, werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor verblijfskosten bevestigd.