ECLI:NL:CRVB:2021:1094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toename beperkingen uit dezelfde oorzaak
Appellant, bekend met het syndroom van Marfan, was arbeidsongeschikt verklaard vanwege linker heupklachten en ontving een WAO-uitkering vanaf 1999. Deze uitkering werd in 2001 beëindigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. In 2017 verzocht appellant om hernieuwde toekenning van de WAO-uitkering wegens vermeende toename van beperkingen sinds 2002.
Het UWV wees dit verzoek af omdat de toegenomen klachten verband hielden met perianale abcessen, een andere ziekteoorzaak dan de linker heupklachten waarop de eerdere uitkering was gebaseerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat binnen de vijfjaarstermijn na beëindiging van de uitkering geen toename van beperkingen uit dezelfde oorzaak is vastgesteld. Medische rapporten en een brief van een klinisch geneticus ondersteunen dat de nieuwe klachten niet gerelateerd zijn aan de eerdere aandoening. Klachten na 2006 vallen buiten de termijn voor hernieuwde toekenning. Het hoger beroep faalt en de eerdere beslissing blijft van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak binnen de wettelijke termijn.