ECLI:NL:CRVB:2021:1114
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijke hulp door inwonende kleinzoon bij Wmo-aanvraag afgewezen
Appellante, bekend met diverse gezondheidsproblemen, vroeg op grond van de Wmo 2015 om begeleiding en hulp bij het huishouden. Het college wees de aanvraag af omdat haar inwonende kleinzoon en een kleindochter mantelzorg en gebruikelijke hulp konden bieden.
De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het college opdracht een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de totale ondersteuningsbehoefte en de mate van zelfredzaamheid beter in kaart moesten worden gebracht. Het college handhaafde daarop het besluit opnieuw, stellende dat de kleinzoon, ondanks zijn studie en werk, gebruikelijke hulp kon bieden.
De Raad oordeelde dat het college terecht een individuele beoordeling had gemaakt en dat de persoonlijke omstandigheden van de kleinzoon niet tot overbelasting leiden. De huishoudelijke taken en administratie kunnen redelijkerwijs van hem worden verwacht. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de Wmo-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.