ECLI:NL:CRVB:2021:113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht en te laat indienen beroepschrift
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 juli 2019. De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of het hoger beroep ontvankelijk is. Uit de procedure blijkt dat het griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen aan appellant.
Daarnaast is het beroepschrift niet tijdig ingediend. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken na de dag van toezending van de uitspraak. Het beroepschrift werd echter pas op 18 februari 2020 digitaal ontvangen door de rechtbank en op 31 maart 2020 bij de Raad binnengebracht, ruim na het verstrijken van de termijn.
Appellant is verzocht om een verklaring voor de termijnoverschrijding, maar heeft hier niet op gereageerd. Gezien de omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.