Appellante, een alleenstaande uitkeringsgerechtigde, diende vanaf oktober 2014 meerdere aanvragen en bezwaren in omtrent de toekenning van woonkostentoeslag. Het dagelijks bestuur van Ferm Werk maakte herhaaldelijk fouten in de berekening en afhandeling van haar aanvragen, wat leidde tot een langdurig, rommelig en tegenstrijdig besluitvormingstraject van meer dan drie jaar.
Ondanks diverse verzoeken en ingebrekestellingen van appellante, werden haar mails vaak niet, niet tijdig of onjuist beantwoord. Pas in november 2017 werd een juiste berekening gemaakt, gevolgd door een intrekking en herziening van het besluit in februari 2018. Appellante vorderde vervolgens vergoeding van immateriële schade wegens psychisch letsel en overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank kende haar een schadevergoeding toe van €500 voor immateriële schade, terwijl appellante €6.000,- had gevorderd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de ernst van het psychisch letsel en de zeer onzorgvuldige handelwijze van het dagelijks bestuur zwaarder wegen dan de rechtbank had vastgesteld. Daarom verhoogt de Raad de vergoeding naar €750, gelet op alle omstandigheden, waaronder de aard en ernst van het letsel en de langdurige procedure.
De Raad vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de immateriële schadevergoeding betreft en veroordeelt het dagelijks bestuur tot betaling van €750 aan appellante. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.