Appellant, geboren in 1990, stopte in 2016 met zijn studie geschiedenis vanwege medische klachten, waaronder een psychose en een depressieve stoornis in combinatie met een autisme spectrum stoornis (ASS). Het UWV wees aanvankelijk zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering af omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat behandeling mogelijk was en verbetering te verwachten viel. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en overhandigde aanvullende medische verklaringen van zijn behandelaars die stelden dat zijn somberheid en chronisch gebrek aan draagkracht niet behandelbaar zijn.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep baseerde zijn oordeel op algemene informatie en bleef bij de mogelijkheid van verbetering door therapieën. De Raad stelde echter vast dat de behandelaars van appellant een stellige overtuiging hebben dat verbetering niet mogelijk is en dat het gebrek aan draagkracht blijvend is.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, oordeelde dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is en kende appellant met terugwerkende kracht vanaf 7 augustus 2017 een Wajong-uitkering toe. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.