ECLI:NL:CRVB:2021:1188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WIA met zorgvuldige medische toetsing
Appellant, die sinds 2010 arbeidsongeschikt is, kreeg na herbeoordeling door het UWV een nieuwe mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld van 79,94%, wat betekent dat hij meer arbeidsgeschikt is dan voorheen. De Centrale Raad van Beroep toetste dit besluit aan de hand van het Korošec-arrest, waarbij de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek, de equality of arms en de inhoudelijke beoordeling centraal stonden.
De medische onderzoeken door de verzekeringsartsen waren zorgvuldig en goed gemotiveerd, waarbij rekening werd gehouden met zowel psychische als lichamelijke beperkingen van appellant. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week. Ook de arbeidsdeskundige beoordeling van het maatmaninkomen en de referteperiode werd als juist beoordeeld.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder onvoldoende medisch onderzoek en onjuiste vaststelling van het maatmaninkomen, maar deze werden afgewezen. De Raad wees ook aanvullende beroepsgronden die laat werden ingediend buiten beschouwing vanwege strijd met de goede procesorde. Uiteindelijk bevestigde de Raad het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant terecht heeft vastgesteld op 79,94%.