ECLI:NL:CRVB:2021:1219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstandsverlening zonder bijzondere omstandigheden voor terugwerkende kracht
Appellant ontving bijstand en verbleef vanaf februari 2017 in een zorgcentrum. Zijn zus meldde hem op 18 december 2017 bij het college voor een nieuwe bijstandsaanvraag, met een gewenste ingangsdatum van 1 november 2017. Het college kende bijstand toe vanaf 18 december 2017, de datum van melding, en verleende geen terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen. De communicatieproblemen van de zus met de gemeente en het zoeken naar advies werden niet als zodanig beschouwd. Appellant kon zich niet zelf melden vanwege zijn medische situatie, maar werd bijgestaan door zijn zus.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de zus hem al op 1 november 2017 had kunnen melden. De Raad concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden waren die afwijken van de regel dat bijstand ingaat op de datum van melding. Het hoger beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ingangsdatum van de bijstand blijft 18 december 2017.