ECLI:NL:CRVB:2021:1256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellante stond ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een adres waar zij studiefinanciering ontving als uitwonende studente. De minister voerde een onderzoek uit, waaronder een huisbezoek en buurtonderzoek, waaruit bleek dat appellante niet daadwerkelijk op het BRP-adres woonde. Op basis hiervan werd de studiefinanciering herzien en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante niet woonde op het BRP-adres, mede omdat tijdens het huisbezoek geen persoonlijke spullen van appellante werden aangetroffen en verklaringen van buurtbewoners dit bevestigden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende waarde had toegekend aan haar tegenbewijs en verklaringen van derden.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het bewijs van de minister overtuigend was en dat het tegenbewijs van appellante onvoldoende was om de conclusie te weerleggen. De Raad verbeterde de motivering van de rechtbank door te stellen dat het tegenbewijs niet als weerlegging van het wettelijk vermoeden, maar als bewijs van wonen op het BRP-adres had moeten worden beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.