ECLI:NL:CRVB:2019:1692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellant stond ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een bepaald adres en ontving studiefinanciering als uitwonende student. Controleurs voerden een huisbezoek uit en stelden vast dat appellant niet daadwerkelijk op het BRP-adres woonde. Op basis hiervan herzag de minister de studiefinanciering, waarbij appellant werd aangemerkt als thuiswonend en een bedrag werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de bevindingen van het huisbezoek voldoende waren om te concluderen dat appellant niet op het BRP-adres woonde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de minister niet aan de bewijslast had voldaan, onder meer omdat tijdens het huisbezoek spullen van hem waren aangetroffen en hij de controleurs toegang had gegeven.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de bevindingen van het huisbezoek voldoende feitelijke grondslag boden voor het standpunt van de minister. De aanwezigheid van een sleutel en de getuigenverklaringen van appellant werden onvoldoende geacht om het standpunt van de minister te weerleggen. Een nader onderzoek was niet vereist. De Raad bevestigde de uitspraak met enige verbetering van gronden, waarbij het bewijs van appellant niet voldeed om de conclusie van de minister te ontkrachten.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand, in aanwezigheid van griffier S.L. Alves.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de studiefinanciering wordt bevestigd.