ECLI:NL:CRVB:2021:126
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit UWV wegens onjuiste weergave beperkingen zitten in FML
Appellante, voormalig kapster, meldde zich ziek met meerdere klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde via een verzekeringsarts vast dat zij belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 16 augustus 2017. Op basis daarvan werd haar aanvraag afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel degelijk een beperking had op het zitten, ondersteund door medische verklaringen van haar dermatoloog en gynaecoloog. Het UWV had dit niet voldoende gemotiveerd en hield vast aan de oorspronkelijke FML.
De Raad concludeert dat het UWV niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellante geen beperking heeft op het onderdeel zitten en zitten tijdens het werk. De medische informatie en eigen verklaring van appellante tonen aan dat zij wel degelijk beperkt is, en het gebruik van een ringkussen geen oplossing biedt. Hierdoor is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12 Awb Pro. De Raad draagt het UWV op het besluit binnen zes weken te herstellen door de FML aan te passen en de gevolgen voor functies en arbeidsongeschiktheid te beoordelen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de FML aan te passen met betrekking tot de beperkingen op zitten.