ECLI:NL:CRVB:2021:1279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging vrijwillige verzekering AOW en ANW
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin zijn vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW) werd beëindigd per 6 april 2015, omdat de maximale termijn van tien jaar was verstreken. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend, omdat de bezwaartermijn pas begon te lopen toen het besluit opnieuw aan appellant werd toegezonden in augustus 2017. Het bezwaarschrift was gedateerd 17 oktober 2017 en werd pas op 24 oktober 2017 ontvangen, na afloop van de termijn. Er was geen verschoonbare reden voor de overschrijding.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij de beslissing vertraagd had ontvangen en zijn bezwaar tijdig had opgestuurd. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard, ondanks een onjuiste motivering door de Svb. Er waren geen nieuwe bewijzen die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad wees een veroordeling in proceskosten af en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.