ECLI:NL:CRVB:2024:877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening beëindiging vrijwillige verzekering AOW en ANW
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 28 mei 2021, waarin de beëindiging van zijn vrijwillige verzekering voor de AOW en ANW werd bevestigd. De vrijwillige verzekering liep van 6 april 2005 tot 6 april 2015, conform de wettelijke termijn van tien jaar.
De Raad heeft beoordeeld dat het verzoek om herziening niet kan worden ingewilligd omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die voldeden aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Deze voorwaarden vereisen dat de feiten vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en dat deze tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.
Verzoeker heeft enkel aangevoerd dat de Sociale verzekeringsbank geen goede reden heeft gegeven voor de beëindiging en dat hij de verzekering wil voortzetten, wat onvoldoende is voor herziening. De Raad bevestigt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak.
De zitting vond plaats op 15 maart 2024, waarbij verzoeker niet verscheen. De Raad concludeert dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen en dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.