ECLI:NL:CRVB:2021:1282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als horecamedewerkster en meldde zich meerdere keren arbeidsongeschikt vanwege psychische klachten. Het UWV heeft haar op grond van medische en arbeidsdeskundige rapporten geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat, met name vanwege haar paranoïde waanstoornis en sociaal functioneren.
De Raad concludeert dat het UWV de medische en arbeidskundige beoordeling op juiste gronden heeft gedaan. De door appellante aangedragen medische stukken en argumenten rechtvaardigen geen andere conclusie. De functies die voor haar geschikt werden geacht, houden rekening met haar beperkingen, zoals het vermijden van werken in grote groepen en hoge contactuele belasting.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van een WIA-uitkering wordt bevestigd.