ECLI:NL:CRVB:2021:129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op WAO-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante had een WAO-uitkering die in 2002 werd ingetrokken. In 2012 weigerde het UWV een verzoek om herbeoordeling wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking. Appellante verzocht meerdere malen om terugkomen op dat besluit, maar dit werd steeds afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een zorgvuldig onderzoek had gedaan en geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had vastgesteld die aanleiding gaven het besluit te herzien. Het rapport van een GZ-psycholoog uit 2016 bevatte geen nieuwe informatie die een herbeoordeling rechtvaardigde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV de medische gegevens onjuist had geïnterpreteerd en dat er wel sprake was van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld en toegenomen klachten in 2006. De Raad oordeelde echter dat de rechtbank de beoordeling op juiste wijze had getoetst en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.