ECLI:NL:CRVB:2021:130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig facilitair medewerker, meldde zich ziek met klachten na een enkeltrauma en later met uitstralende pijn in zijn rechterbovenbeen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een uitkering op grond van de Wet WIA en later geen recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was verricht en dat appellant geschikt was voor bepaalde functies. Appellant voerde in hoger beroep aan dat nieuwe beperkingen waren vastgesteld door zijn huisarts en fysiotherapeut, maar dit werd door het Uwv betwist.
De Raad concludeerde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de nieuwe informatie geen nieuwe feiten bevatte die het eerdere oordeel konden wijzigen. De klachten van appellant werden beoordeeld als onderdeel van zijn bestaande beperkingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op ziekengeld wordt bevestigd.