ECLI:NL:CRVB:2021:1300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig vrachtwagenmonteur, meldde zich ziek wegens verminderde inspanningstolerantie en concentratieklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld per 1 oktober 2018.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat zijn beperkingen onvoldoende waren erkend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend waren vastgesteld. De rechtbank zag geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, verwees naar medische rapporten en stelde dat hij niet in staat was de geselecteerde functies uit te oefenen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, vond geen twijfel aan de medische beoordeling en zag geen aanleiding voor benoeming van een deskundige.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees de vordering van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.