ECLI:NL:CRVB:2021:1303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Indicatie banenafspraak wegens verdiencapaciteit minimumloon
Appellant heeft een Indicatie banenafspraak aangevraagd via het Uwv, maar deze aanvraag is afgewezen omdat hij het wettelijk minimumloon kan verdienen. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben vastgesteld dat appellant ondanks beperkingen, waaronder hyperacusis en rugklachten, geschikt is voor de drempelfunctie van productiemedewerker.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, waarbij is geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd. Appellant kon onvoldoende medische onderbouwing leveren voor zijn stelling dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld.
In hoger beroep heeft appellant zijn bezwaren herhaald, waaronder onvoldoende rekening houden met angst- en paniekproblemen en het niet toepassen van een functionele mogelijkhedenlijst (FML). De Raad oordeelt dat het Uwv niet verplicht is een FML te gebruiken en dat de motivering van het besluit inzichtelijk en toereikend is.
De Raad verwijst naar het wettelijke kader van het Besluit SUWI en bevestigt dat appellant met zijn beperkingen het minimumloon kan verdienen. Het beroep op het arrest Korošec faalt omdat dit arrest niet specifiek ziet op motiveringseisen van dit type besluiten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een Indicatie banenafspraak is terecht afgewezen omdat appellant het wettelijk minimumloon kan verdienen.