ECLI:NL:CRVB:2021:1339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering opvang op grond van Wmo 2015 na onvoldoende onderbouwing zelfredzaamheid
Appellante, teruggekeerd uit Portugal met haar gezin, verzocht om opvang op grond van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit af na een GGD-onderzoek dat haar zelfredzaamheid bevestigde. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet zelf voor onderdak kon zorgen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat zij vanwege psychische problemen niet in staat was zich te handhaven. Tevens stelde zij dat het weigeren van opvang in strijd was met het EVRM en het IVRK, en verwees zij naar een arrest van de Hoge Raad. De Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende was en dat appellante niet had aangetoond dat zij niet zelf voor onderdak kon zorgen.
De Raad overwoog dat het EVRM geen recht op woonruimte garandeert en dat er geen positieve verplichting voor het college bestaat om opvang te bieden. Ook werd geoordeeld dat het college voldoende rekening had gehouden met de belangen van de kinderen. De verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad werd niet gevolgd omdat de situatie niet vergelijkbaar was.
De Raad liet een te laat aangevoerde grond over het vrij verkeer van personen buiten beschouwing. Uiteindelijk werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van opvang wordt bevestigd.