ECLI:NL:CRVB:2021:1346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks knieklachten
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens knieklachten die sinds haar vijftiende bestonden. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek arbeidsvermogen heeft. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en de verzekeringsarts concludeerde dat zij ten minste vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet in staat was om minimaal een uur aaneengesloten te werken en niet vier uur per dag belastbaar was, maar kon dit niet voldoende onderbouwen met medische verklaringen. Het UWV en de rechtbank baseerden zich op een gedegen medisch en arbeidskundig onderzoek, inclusief haar arbeidsverleden, waaruit blijkt dat zij over arbeidsvermogen beschikte.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad benadrukte dat bij een laattijdige aanvraag ook moet worden beoordeeld of appellante binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag alsnog jonggehandicapte is geworden, wat niet het geval was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat appellante over arbeidsvermogen beschikt.