ECLI:NL:CRVB:2021:1347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering op medische en arbeidsdeskundige gronden bevestigd
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat appellant met beperkingen nog 100% van zijn maatmaninkomen kon verdienen in geselecteerde functies en beëindigde daarom de Ziektewetuitkering.
Na bezwaar en beroep werden aanvullende beperkingen vastgesteld, maar bleef de conclusie dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen ongewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het besluit op een deugdelijke medische grondslag berust.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege zijn medische situatie en licht verstandelijke beperking niet in staat was de functies te vervullen. De Raad volgde dit niet, omdat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige voldoende hadden gemotiveerd dat de beperkingen juist waren vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren bij het opleidingsniveau en de belastbaarheid van appellant.
De medische stukken van appellant boden geen nieuwe inzichten en de arbeidsdeskundige had overtuigend toegelicht dat de werkbelasting binnen de functionele mogelijkheden bleef. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en de beëindiging van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt terecht beëindigd omdat hij in staat wordt geacht passende functies te vervullen.