Uitspraak
18.6445 PW-PV
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant kreeg een verlaging van zijn bijstand met 100% voor de duur van een maand omdat hij meerdere keren zonder bericht niet was verschenen op een werkervaringsplaats die door het college was aangeboden. Het college legde de maatregel op op grond van de Participatiewet omdat appellant zijn verplichtingen niet was nagekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. In het hoger beroep stond centraal of het college de maatregel had moeten matigen wegens bijzondere omstandigheden, zoals de medische situatie van appellant.
Appellant stelde dat hij zijn best had gedaan om aan zijn verplichtingen te voldoen en dat zijn gedragingen hem in verminderde mate te verwijten waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was zijn verplichtingen volledig na te komen. Het college had de beoordelingsvrijheid om te concluderen dat er geen dringende redenen waren om de maatregel te matigen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en bleef de verlaging van de bijstand in stand. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van schade en proceskosten afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% wordt gehandhaafd en het verzoek tot matiging en schadevergoeding wordt afgewezen.