ECLI:NL:CRVB:2021:1397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering naar 70% bij arbeidsvermogen
Appellante ontvangt sinds 2012 een Wajong-uitkering vanwege psychische beperkingen. Met ingang van 2018 is het uitkeringspercentage verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Appellante stelde dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft en dat de verlaging onterecht is.
De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van het UWV gevolgd dat appellante wel arbeidsvermogen bezit. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben gemotiveerd vastgesteld dat appellante in staat is om gedurende vier uur per dag te werken en basale werknemersvaardigheden bezit. De stellingen van appellante over haar beperkingen en blokkades zijn onvoldoende onderbouwd.
De Raad bevestigt dat de Wajong-uitkering terecht is verlaagd naar 70%. Daarnaast is de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot betaling van proceskosten van €267 aan appellante.
Uitkomst: De Wajong-uitkering van appellante is terecht verlaagd naar 70% van het minimumloon omdat zij beschikt over arbeidsvermogen.