ECLI:NL:CRVB:2021:1410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling belastbaarheid en medische geschiktheid
Appellante, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen in andere functies dan haar oude werk. De Ziektewet-uitkering werd daarom beëindigd.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar medische situatie ernstiger was dan vastgesteld, onder meer door rapporten van Stichting Cardiozorg die ernstige aandoeningen zoals CVS/ME en POTS bevestigden. De Raad volgde dit niet, omdat deze rapporten geen objectieve gegevens bevatten die relevant waren voor de datum in geschil, 23 maart 2017.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellante geschikt was voor lichte arbeid, zoals de functie van wikkelaar, en dat haar klachten niet zodanig waren dat zij acht uur per dag zou kunnen werken. Tevens werd geoordeeld dat het gebruik van functienummers in het CBBS-systeem niet in strijd is met het vereiste van equality of arms.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De Ziektewet-uitkering is terecht beëindigd per 23 maart 2017, en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante is terecht beëindigd per 23 maart 2017.