ECLI:NL:CRVB:2021:1426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.J.A.M. van Brussel
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd vanwege vanaf de geboorte bestaande allergische klachten en psychische problematiek. Het UWV heeft de aanvraag in 2014 afgewezen na medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellant in staat is om functies te vervullen die het minimumloon opleveren. Het bezwaar en beroep werden eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing in 2018, waarbij de medische beperkingen zorgvuldig waren gemotiveerd en rekening werd gehouden met alle klachten, waaronder autisme en persoonlijkheidsstoornissen.
In hoger beroep voerde appellant aan volledig arbeidsongeschikt te zijn en dat het UWV zijn klachten niet volledig had meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangevoerde gronden in hoger beroep een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat de rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige voldoende inzichtelijk en gemotiveerd waren. Ook werd een onjuiste datum van beoordeling gepasseerd omdat appellant hierdoor niet benadeeld was.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. Hiermee blijft de afwijzing van de Wajong-uitkering in stand, omdat appellant volgens de medische en arbeidskundige beoordeling in staat is om passende arbeid te verrichten.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.