Appellant ontving een toeslag op zijn WIA-uitkering en een aanvullend pensioen van het ABP dat hij niet aan het Uwv heeft doorgegeven. Het Uwv heeft daarom de toeslag over de periode mei 2016 tot januari 2018 herzien en teruggevorderd, en een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht heeft gehandeld. Appellant voerde aan dat hij ervan uitging dat het ABP-pensioen bij het Uwv bekend was en dat hij niet wist dat hij te veel toeslag ontving, maar dit verweer werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde dat appellant zowel de aanvang van het pensioen als de nabetaling had moeten melden. Het Uwv heeft de toeslag terecht met terugwerkende kracht herzien en de boete proportioneel opgelegd.
Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering of boete af te zien. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad wees geen proceskosten toe.