Uitspraak
19 2440 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Deze beroepsgrond slaagt niet.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijstand aan per 1 oktober 2017 na een auto-ongeval waardoor zij haar studie moest staken en geen studiefinanciering meer ontving. Haar eerste aanvraag werd afgewezen omdat zij en haar ex-partner een gezamenlijke huishouding voerden. Een tweede aanvraag werd eveneens afgewezen na onderzoek van het college naar haar woon- en financiële situatie.
Appellante overlegde diverse documenten, waaronder een leningsovereenkomst van € 17.500,-, verklaringen over haar verblijfplaatsen en betalingsbewijzen van huur. Het college concludeerde dat de financiële situatie onduidelijk was en dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij in de te beoordelen periode bijstandbehoevend was. De leningsovereenkomst was onvoldoende concreet en afhankelijk van een toekomstige onzekere gebeurtenis, waardoor geen terugbetalingsverplichting kon worden afgeleid. Ook was onduidelijk wanneer de lening was verstrekt en hoe zij haar kosten had voldaan. Dringende redenen om terugvordering van voorschotten achterwege te laten werden niet aannemelijk gemaakt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd en de terugvordering van voorschotten blijft gehandhaafd.