ECLI:NL:CRVB:2021:1481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatie Wet langdurige zorg wegens onvoldoende grondslag
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) is afgewezen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch advies waarop het besluit is gebaseerd deugdelijk en inzichtelijk is gemotiveerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat sprake is van een verstandelijke beperking die toegang tot Wlz-zorg rechtvaardigt, ondanks het ontbreken van een formele diagnose. De Raad concludeert echter dat appellant geen nieuwe of andere gronden heeft aangevoerd die het eerdere oordeel kunnen wijzigen. Tevens is de aanvullende informatie over de zorgbehoefte van appellant niet onderbouwd met medische stukken en betreft deze informatie een periode na de bestreden besluiten.
De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank volledig en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De afwijzing van de indicatieaanvraag blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De aanvraag voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.