ECLI:NL:CRVB:2021:149
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over mate van arbeidsongeschiktheid en passende functies in WIA-procedure
Appellante, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek na een auto-ongeluk en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV kende aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 80-100% toe, maar verklaarde dit later op bezwaar terug tot minder dan 35%, waarbij drie functies als passend werden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek van het UWV. Appellante stelde in hoger beroep dat haar lichamelijke klachten werden onderschat en dat zij niet in staat was de functie van besteller post/pakketten uit te oefenen vanwege angst om auto te rijden.
De Raad bevestigde de medische beoordeling, maar oordeelde dat de functie besteller post/pakketten buiten beschouwing moet blijven omdat appellante vanwege haar angst niet redelijkerwijs in die functie kan worden ingezet. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke arbeidskundige grondslag voor het besluit. De Raad draagt het UWV op het besluit te herstellen en een nieuwe beslissing te nemen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen omdat de functie besteller post/pakketten buiten beschouwing moet blijven wegens angst om auto te rijden.