ECLI:NL:CRVB:2021:1529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van belastbaarheid en geschiktheid functies bevestigd
Appellant, die zich ziek meldde met psychische klachten, ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij medische en arbeidsdeskundige rapporten werden aangepast en herzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en benoemde een deskundige die het oordeel van het UWV ondersteunde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was vanwege een taalbarrière en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische en lichamelijke beperkingen. De Raad oordeelde dat de communicatie adequaat was, de deskundige zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de medische rapporten en het deskundigenrapport het standpunt van het UWV konden dragen.
Verder werd geoordeeld dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat een beperkte taalvaardigheid geen belemmering vormt voor het verrichten van deze functies. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarmee het besluit tot beëindiging van het ziekengeld rechtsgeldig is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.